Dierendag: Lies

(In licht aangepaste vorm verscheen dit blog eerder (2012) op Spunk)

Mijn kat heeft me het grootste cadeau gegeven dat ze me kon geven: anderhalve week voor mijn definitieve vertrek naar een andere stad is ze gestorven.
Misschien moet ik dit even uitleggen. Lies werd 20 jaar oud. Zelf nader ik de 22, dus onze levens liepen bijna gelijk op. Ze maakte mijn complete basis- en middelbare schooltijd mee, was ouder dan mijn broertje en overleefde twee oma’s.

Ik denk dat er iets gebeurt met huisdieren die zo lang met je meelopen. Als stille, oordeelvrije getuigen van grootse en kleine gebeurtenissen nemen zij, wellicht onverwachts, een steeds grotere plek in in de herinneringen die in die periode gevormd worden. Als levende decorstukken uit een bepaald tijdperk balanceren ze uiteindelijk, als ze het goed doen, tussen vriend en gezinslid in. Een wezen dat zo dicht bij je wil zijn dat het ‘t liefst op je hoofd ligt, is niet ‘zomaar een kat’.

Lies vervulde ook een pedagogische rol: wanneer zij met haar majestueuze katteninstinct vond dat het te laat werd, kwam ze vanuit mijn slaapkamer de woonkamer in, ging ze vervolgens midden in de kamer op de grond zitten en keek ze me met kaarsrechte rug aan. Wat dacht je ervan, Sikken? Als ik na een tijdje de hint begreep en overeind kwam, stond ook zij op en gingen we samen naar bed.

Een jaar of zes geleden kwam ik een ansichtkaart tegen op PostSecret die mij confronteerde met de sterfelijkheid van mijn huisdier. Het ging om een overbelicht kiekje van een oudere hond. Daarboven stond: “I’m really scared that you are going to die of old age before I get the chance to come home from college and give you the attention you deserve.” En rechtsonderin, nauwelijks leesbaar: “Please hold on for me.”

Door die kaart realiseerde ik me dat ook mijn dametje niet eeuwig zou leven: er zou een dag komen waarop ik zonder haar naar bed zou moeten. Ik kon mezelf beschermen (en afstand nemen) of ik kon nog meer van haar gaan houden. Heel bewust koos ik voor het laatste, ook toen ik een relatie kreeg en veel weg was. De afgelopen twee, drie jaar reisde ik intensief heen en weer tussen Klein Dorp (kat) en Grote Stad (man). Soms vond ik dat moeilijk, maar ik deed het omdat ik Lies miste.

Toen ik wist dat ik zou gaan samenwonen, hoopte ik Lies nog te kunnen meenemen. Waarschijnlijk wist zij eerder dan ik dat dat niet zou gaan. Twee weken voor de verhuizing werd ze ziek: in een oplopend tempo kreeg ze steeds minder lucht. Het was genoeg. Bij de dierenarts sliep ze in zoals ze ook altijd bij mij onder de dekens lag: haar magere lijf strak tegen mij aangedrukt, haar koppie op mijn arm.

Ergens denk ik dat ze dat voor mij heeft gedaan: zij had haar leven al gehad en het was een goed leven. Door te sterven gaf ze mij haar zegen. Het was alsof ze zei, ik laat je gaan. Dat is heel bijzonder. Het laat zien dat sommige dieren het gewone weten te overstijgen. Dat zijn de dieren die het meest gemist worden, dieren zoals Lies.

Dit bericht is geplaatst in Tekst. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *