Dit zijn de schrijvers

Afgelopen zaterdag 25 november was ik te gast tijdens het debutantenbal van Dit zijn de schrijvers XL. Voorafgaand gaven ze mij de volgende schrijfopdracht: ‘Het is 2042, vijfentwintig jaar geleden dat Probeer om te keren uitkwam. Op je verjaardagsfeestje kijk je hierop terug.’ Natuurlijk houd ik me altijd maar half aan opdrachten, dus dit is wat ik ervan maakte:

Een van de laatste herinneringen die ik heb aan de gewone lesdagen op de middelbare school, waar ik ruim tien jaar geleden al vanaf ging, was dat ik op een dood moment op een site stuitte die je een bericht aan je toekomstige zelf liet sturen. Sowieso was het examenjaar een aaneenschakeling van dode momenten, mijn school was overgegaan op Het Nieuwe Leren en dus zat ik in een slordig ingedeelde aula en het was de bedoeling dat ik, zestien jaar en extreem havo, zelf aan het werk ging.
Ik sliep veel.
Ik kan me nog precies herinneren waar ik zat, in de hoek bij de computers. Overal lagen broodkruimels, niet per se van mij. Misschien had ik Rammstein op mijn hoofd. Wat ik aan mezelf schreef weet ik niet meer. De toekomstmail heb ik nooit ontvangen. Laten we ervan uitgaan dat we er weinig aan hebben gemist. Misschien is het interessanter om het om te draaien: als ik nu een mail naar dat meisje van toen zou kunnen schrijven, wat zou er dan instaan? Waarschijnlijk iets van dit:
En nu is het klaar, kleine dramaqueen. Als je je voorneemt om van je laatste schooldagen te genieten, doe dat dan ook. Later is heel dichtbij en het komt allemaal best in orde. Kijk eens om je heen. Je zult een van de weinigen blijken die precies zal doen wat ze altijd al heeft willen doen. Je bent nog anderhalve man en een paar vergissingen verwijderd van de man bij wie je thuis zal blijken. De verhalen in je hoofd zullen rijpen en die papieren stopwoordjes leer je ook wel af. Een van je katten zul je Haggis noemen. Je zult een debuut schrijven waar je trots op kunt zijn. Eet ’s nachts alsjeblieft geen witte boterhammen met pindakaas meer.

Heel mijn leven al ben ik slecht in het hier en nu leven. Ik ben altijd bezig met gisteren, met morgen, met volgende week, ik leef nog het meest in het moment ik wanneer ik me ’s morgens afvraag wat ik ’s avonds eet. Toch valt het me lastig om een beeld te schetsen bij mijn tweeënvijftigjarige ik. Zou ik dik zijn? Gelukkig? Hoeveel katten is vijfentwintig jaar later – en hoeveel verhalen?
Ik heb schrijvers horen zeggen dat ze hun debuut het liefst zouden vergeten, dat ze hun eigen woorden niet kunnen teruglezen zonder alle behang van de muren te willen krabben. Ik hoop dat mij dat niet gebeurt – dat ik een hekel krijg aan eerder werk, mezelf minacht.
Zes jaar lang werkte ik aan Probeer om te keren, dus het is meer dan zomaar een roman, het is een wezen dat ik bij me draag. Zou ik tegen die tijd nog wel eens aan ze denken – aan Eline en Alma, aan Michelle? Zou ik een andere afloop voor ze hebben bedacht?
Ik heb geleerd dat ik als schrijver alles moet weten. En dus weet ik exact wat er met Michelle is gebeurd, ik weet of Eline het dorp uit is gegaan of niet, of Alma nog met haar man getrouwd is, ik weet of Barends winkel nog bestaat, Fred nog dagelijks in de kroeg hangt en of Frank een nieuwe skelter heeft gekocht. Ik weet alles over Bauke. Ik zou veel makkelijker kunnen antwoorden op de vraag hoe het hen vijfentwintig jaar later vergaat dan mijzelf.
Maar dat ga ik niet doen, dat zou flauw zijn. Ik heb deze mensen en dat dorp uit woorden geschapen en in papier gegoten en vanaf de eerste beelden werden ze echt voor mij. Mezelf gaf ik het privilege om een stukje met ze op te lopen – nu eens met Alma, dan weer met Eline en al lopend stuitten we op de rest. Maar dat stukje is eindig, ze hebben mij niet meer nodig. Als schrijver weet ik wanneer het tijd is om de andere kant op te kijken, om om te keren.

Er zijn zoveel plannen, zoveel ideeën. In verandering geloof ik niet, alleen in de volgende ontwikkeling: dat je met de jaren steeds meer wordt wie je bent. Dus ik ben vooral benieuwd naar wat er ligt, na al die tijd. Heb ik over reuma geschreven? Over moeder/dochtervriendschappen, zoals ik al jaren van plan ben? En het plan waarmee ik momenteel voorzichtig flirt, heb ik dat tegen die tijd doorgezet en is het van de grond gekomen? Word Probeer om te keren in 2042 nog gelezen?

Als ik nu een mail naar mijn toekomstige zelf zou schrijven, zou het een heel kort berichtje zijn. Misschien een grapje, een kattenplaatje, de vraag of ik trots ben. Met een beetje geluk is het antwoord nog veel korter – gewoon een ‘ja’ of een ‘nee’. Geen groet natuurlijk, alleen de woorden:
Leuk dit hoor, en nu aan het werk. Eet ’s nachts alsjeblieft geen boterhammen met pindakaas.’

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *