De taboeplank misslaan

Wat ik altijd heel dapper heb gevonden aan Linda Magazine is hun pogingen om kleine en grote (vrouwen)taboes te doorbreken. De ene keer doen ze dat door een fotoreportage te maken over lichamelijk gehandicapten, dan weer door vrouwen aan het woord te laten die direct te maken hebben gehad met aanranding, seksuele intimidatie en verkrachting. Soms gebruiken ze hoofdzakelijk beeld en dan weer vooral tekst, nu eens is het met naam en toenaam en dan weer anoniem. Zo draagt het blad geregeld bij aan discussie en verdieping over onderwerpen die ons allemaal aangaan.
De herkenbare eerlijkheid is daarin leidend: in de geschreven stukken bekent de auteur dikwijls iets over haarzelf dat niet per se sympathiek is. Daardoor schept zij de ruimte voor de lezer om dit (waarschijnlijk zeer herkenbare gevoel) bij zichzelf toe te staan. Na het dichtslaan kan de lezer dan bijvoorbeeld denken: ‘O ja, ik ben niet de enige die bij het zien van dikke mensen denkt, ga eens naar de sportschool!’ De herkenbaarheid maakt het vergrijp in zekere zin onschadelijk – het is nog steeds niet echt goed wat je doet, maar het is een valkuil waar kennelijk meer mensen invallen. Lucht toch een beetje op.

Een geval waarin die eerlijkheid nogal ver gaat en wat mij betreft niet meer herkenbaar of zelfs te begrijpen is, staat in Linda’s meest recente nummer. Daar schrijft Suus Ruis een opiniestuk over ressentiment na scheiding en hoe moeilijk het te verkroppen is als je ex-partner een nieuw gezin begint. Dat is met recht een taboe het doorbreken waard, want alleen al de recent verschenen documentaire Verlaten laat zien hoe diep de wond die een relatiebreuk in een mens slaat kan zijn. So far so good, dus. Maar dan gaat het mis, als ene Cécile in het stuk aangeeft hoe zij de eerste weken hoopte dat de nieuwe partner van haar ex een miskraam zou krijgen. Later in het stuk wordt het enigszins rechtgetrokken, de term schaamte valt, en de tekst eindigt met dat je je gevoelens maar in te slikken hebt (een beetje een stellig einde, bij nader inzien, maar dit terzijde).
Deze nuance echter doet geen recht aan de heftigheid van die miskraam-uitspraak. Zo’n opmerking heeft niet dat ontwapenende ‘kijk mij eens rauw en openhartig zijn / een lans breken / eerlijk zeggen wat velen stiekem denken’, dit is een zeer ernstige gedachte, voortkomend uit een zeer ernstig gevoel. Wie, ongeacht de omstandigheden, een ander serieus een miskraam toewenst zit flink met zichzelf in de knoop. Dat heeft niet alleen weerslag op je eigen (psychische) gezondheid, maar ook op die van je omgeving – zoals, ik noem maar wat, de betrokken kinderen uit die eerste relatie. Kom je daar niet in je eentje uit, en een gedachte als bovenstaande lijkt me daarvan een behoorlijke red flag, zoek dan alsjeblieft hulp.
Natuurlijk zeg ik dit als vrouw die o.m. een miskraam heeft gehad. Maar ik zeg het ook als iemand die van nabij heeft gezien hoe dergelijke rancune iemand vanbinnen kan opvreten. Dat wens ik niemand toe, zoals ik ook hoop dat niemand een ander werkelijk zoiets afschuwelijks als een miskraam toewenst. Met zulke gevoelens kunnen we alleen mededogen hebben – we moeten ze evengoed aanpakken.

Goed dus, het breken van een lans voor negatieve gevoelens richting het geluk van je ex-partner na een echtscheiding. Maar laten we daarbij wel in de gaten houden wat normaal is en wat zorgelijk. Soms is hulp zoeken het dapperste wat je kunt doen. Gun jezelf, maar ook je omgeving, die zorg.

Ehm, wat?

Dit bericht is geplaatst in Tekst, Uncategorized met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *